Ecuador, juni
Ja, ik heb op deze reis met sjamanen in Incagrotten geslapen en ben halvelings geïnfiltreerd in Boliviaanse wielerploegen. Maar de onwaarschijnlijkste spelingen van het lot treffen me toch in deze laatste twee weken, in Ecuador.
Zo cros ik in Vilcabamba zowaar rond op een mountainbike van mijn eigen Gentse fietsenwinkel Moving Store. Zoals steeds op zoek naar een mountainbike en chocolade kom ik er bij een Belgisch-Ecuadoraans gezin terecht. De man maakt Belgische chocolade en de zoon blijkt de lokale downhillkampioen. Natuurlijk kan ik zijn fiets wel een dagje lenen en jup, die blijkt meegebracht uit Gent.
Nonnen in de sauna
In datzelfde Vilcabamba, een dorp waar de longevo’s op mysterieuze wijze makkelijk 130 jaar halen, ontmoet ik Maritza in de sauna. Op zich niet zo spectaculair, ware het niet dat ik – niet meteen de grootste saunaganger – er eerder toevallig terechtkom en dat Maritza een… Boliviaanse non blijkt. Jaja, de zusters zijn hier van een ander kaliber dan in onze contreien. Ze zijn niet alleen dol op Turkse stoombaden, ze smokkelen ook al eens een flashy radio onder hun gewaad de Colombiaanse grens over.
Ze blijken bovendien meer ballen aan hun lijf te hebben dan vele Belgen die houden van ‘avontuurlijk reizen’. Zo leefde Maritza vier jaar in een missiepost in het Amazonewoud tussen de koppensnellers. Ze vertelt er met zoveel vuur over dat ik stilletjes zin begin te krijgen die Achuar, voor wie geroosterde miertjes of een beker levende larven het culinaire summum zijn, zelf te gaan opzoeken.

Jezus bij het Laatste Avondmaal, voor hij naar de koppensnellers trekt.
En zo komt het dat ik een paar dagen later tussen de nonnetjes in Loja zit te lunchen. Of moeder overste geen vliegtuig kan regelen naar de missiepost? Blijkt dat er toevallig een vlucht is de volgende morgen, dus moet ik meteen doorreizen naar Cuenca en daar de nachtbus op naar Macas, diep in de jungle de verst bereikbare stad. Ik kom er net op tijd aan om een sportvliegtuigje te nemen.
Adembenemend is de vlucht over het Amazonewoud. Het is er werkelijk allemaal: die perfect conische vulkaan, de dubbele regenboog die ons schijnt te achtervolgen, de groene hel die zich tot aan de einder uitstrekt en de rivier die er als een bruine slang doorheen kronkelt. Het is van een schoonheid die me tot tranens toe beweegt.
Een kopje kleiner
Hier sta ik dan in Wasakentsa. Vanaf nu is alles te voet te doen. Twee uur door de brousse naar de dichtstbijzijnde gemeenschap, zeven uur stappen naar een andere comunidad en een week wandelen en je bent in Peru. Een gringo als ik moet er uiteraard niet aan denken dat op zijn eentje te doen. Niet alleen zijn er de gevaren van de jungle (dodelijke slangen of domweg verloren lopen), er is al meer dan een gringohoofd in verkleinde versie op een stok beland.
De Achuar uit de omgeving hebben nog nauwelijks blanken gezien, en als ze er ontmoet hebben dan hebben die meer dan eens slechte bedoelingen. Ze komen hun land inpalmen van de oliemaatschappij (Shell is heel actief in de regio) of de controversiële opgezette koppen kopen voor belachelijk veel geld (waardoor al eens een onschuldig hoofd tot de paal veroordeeld wordt).
Maar het is natuurlijk uiterst interessant om gewoon te ontdekken hoe ze leven, zo compleet anders dan wij. De Achuar leven samen met een paar families, elke man heeft meerdere vrouwen. ’s Morgen rond een uur of twee, drie drinken ze guayusa, een soort reinigende thee waarvan ze moeten braken. Het is het moment waarop ze de belangrijke dingen bespreken.
Werk of geld hebben ze strikt gezien niet nodig. Als ze honger hebben gaan ze op jacht in het woud: papegaaien, insecten, apenvlees, het gaat er allemaal met evenveel gemak in. Pittig detail: wegens de prijs van de kogels grijpen de Achuar nu terug naar de blaaspijp. Natuurlijk vinden ze ook makkelijk vruchten: pompelmoes, banaan, papaja, ananas, cocosnoot, even schudden aan de boom en je hebt de lekkerste van de wereld, zo lijkt het wel. Bio gratis en voor niks.
Ad fundum
Brood kennen de Achuar niet, maar ze hebben een prima vervanger: yuca (de Spaanse naam voor maniok). Als ze dorst hebben dan is er chicha van yuca, door de vrouwen gekauwd en vermengd met speeksel, wat het fermentatieproces bevordert. Geloof het of niet, dat doen ze uitgerekend om hygiënische redenen. De alcohol doodt namelijk de bacteriën. En ja, ik zit als geheelonthouder ook aan de chicha. Er zit niet veel anders op, het is dat of stinkend rivierwater.
Enfin, ik kan nog uren doorgaan over de gewoontes van de Achuar. En nog minstens evenveel over die van de Shuar, een naburige stam voor wie de Belgische pater José Delporte – van Kemmel – zich inzet. Best wel grappig eigenlijk, hoe ik daar plots midden in de jungle alvast mijn dialect weer kan bijspijkeren. Geen overbodige luxe, minder dan een week voor mijn terugkeer naar de Viskerie, de legendarische comunidad in Gent, hoofdstad van West-Vlaanderen.

Kijk, zo’n draculavleermuis die ’s nachts mensenbloed komt zuigen.
Maar ik kan natuurlijk Ecuador niet verlaten zonder de Chimborazo met de mountainbike te bedwingen. Zalig wordt mijn laatste dag van deze reis. Fietsen op en rond de hoogste vulkaan van het land, van ’s morgens vroeg tot het te donker is om nog te zien. En bovendien mijn persoonlijk hoogterecord breken: ik klim tot 5000 meter boven zeeniveau. Afsluiten in stijl, heet dat dan.







































