(Deel 2 van 2. Lees eerst deel 1: Alle indiaantjes schieten met…)
Zeven peso of nog geen 2 euro per persoon betalen we voor de camping in Purmamarca, Noord-Argentinië (tegen de grens met Bolivia). Nu ja, camping. Een te groot uitgevallen binnentuin waar iets mee te verdienen valt, zoiets. De komende week wordt het een constante: tentje opslaan voor belachelijk weinig geld, Argentijnen leren kennen (meestal uit de hoofdstad) en ’s avonds bij de asado (barbecue) proberen uit te leggen dat ik geen vlees eet.
Echt ongelooflijk hoe snel de mensen je hier aanspreken, oprecht geïnteresseerd zijn ook. En de volgende keer dat je ze tegenkomt, is het van de overkant van de straat: ‘¡Ola Tincho (plaatselijke variant op koosnaam Marre)! ¿Cómo andas?’ Zijn ze iets aan het eten of drinken, dan krijg je meteen een stuk. En daarvoor hoef je ze nog niet eens te kennen.
Devil in disguise
En zo komt het dat we na onze trip naar de Grote Zoutmeren (fietser Marcos klom de 60 kilometer van 2000 naar 4000 meter hoogte in één dag, eat this Herdertje Gringo) op een pick-up springen met een bende hippies van la capital.
Siesta in het park van het idyllische Maimará (de kinderen: ‘Hoe kom je aan die blauwe ogen? Waarom heeft Carlos zijn haar gekleurd?’), wegvluchten voor bombita’s of waterballonnen in Tilcara (in het geval van Carlos: ze op de verkeerde plek krijgen), de tweede Garganta del Diablo van de reis opzoeken (ik heb zo het gevoel dat dit niet het laatste lichaamsdeel van de duivel is dat we zullen zien), heelder carnavalsnachten door dansen in Humahuaca (aan dat feest lijkt hier geen einde te komen).
Dit is de streek waar de Argentijnse twintigers hun (luttele) twee weken vakantie komen doorbrengen. Andere nationaliteiten ontmoeten we hier nauwelijks en om eerlijk te zijn: ons niet gelaten. Want waar maak je dat nog mee, dat je buren je spontaan komen helpen als je je tent opzet? Dat een hele bende onbekende carnivoren voor die ene zotte Belg vegetarisch kookt?
Ook de volgende busrit is er een om niet licht te vergeten. In canon Broeder Jacob zingen met onbekende Argentijnen (al is dat dus bijna een contradictio in terminis). Maar ook: hotsen over bergpassen en dwars door rivieren naar Iruya, een indianendorpje verscholen tussen metershoge rotskloven in alle kleuren, 50 kilometer van wat je een berijdbare weg zou kunnen noemen.
En het kan nog extremer. De volgende dag kost het ons enkele uren om San Isidro te bereiken. Te voet (wegen leiden er niet naartoe), af en toe een menselijke ketting vormend om de rivier over te komen. We voetballen er in een duizelingwekkend decor, zoeken een uur naar de bal in het ravijn, eten ’s avonds veel te weinig pasta bij kaarslicht (no hay luz en San Isidro) en spelen policÃa y ladrón (een eenvoudige versie van weerwolven – voor de spelregels, mail Tom Deburghgraeve).
Tattoo Bike
Ondanks de buitentemperatuur wacht ons een koude douche in Córdoba. We arriveren er met een volgekrabbeld adresboekje (‘Laat het weten als je nog eens in Buenos Aires komt!’) in een jeugdhotel, het enige plekje waar twee bedden vrij zijn. Hoe kil doen die Europeanen toch tegen elkaar.
We besluiten de tweede stad van Argentinië snel te ruilen voor het nabijgelegen Alta Gracia. Daar wachten ons het huis van de Guevara’s (wie zei daar dat Che een Cubaan was?) en een magnifiek mountainbiketochtje door oogverblindende marmergroeven en langs verlaten strandjes bij bergriviertjes.
De volgende douche krijgen we op de camping, als een regenstroom dwars door het grondzeil ons abrupt wekt. Sukkelen met de doorweekte tent doe ik onder het oog van een pas gearriveerde bende motards. Als ze naderbij komen, blijken ook de getatoeëerde zware jongens een door en door Argentijnse inborst te hebben. Of ze niet kunnen helpen.
Poll Scriptum: Door welk verschrikkelijk dier ik dan wel gebeten ben? Wel, om de mama’s nog even op de kast te jagen: dit beestje zat dodelijk leuk in onze kamer in San Isidro:
En om de meme’s gerust te stellen: al was het een paar keer nipt, het enige beest dat mij werkelijk heeft gebeten, was een mug. En vooralsnog voel ik geen knokkelkoortske opkomen.
Bij dit (voorlopige) afscheid van Carlos (ik trek nu met Vicky naar Patagonië), mag het duidelijk zijn aan wie de nieuwe poll is opgedragen. De vraag luidt dan ook: wat gaat Carlos moeten doen? Een tip is te vinden op YouTube:


