Van de bewoonde wereld afgesneden door kilometers woestijnachtige duinen, op een kaap omringd door goudgele stranden ligt een oud vissersdorpje, ingepalmd door hippies en bewaakt door zeewolven. Het kon het begin zijn van een lichtjes absurd sprookje, ware het niet dat het de beschrijving is van Cabo Polonio, het idyllische Uruguayaanse plekje waar we verzeild zijn geraakt.
Elektriciteit is er even schaars als drinkwater en omdat er geen wegen zijn, raak je er enkel met een 4×4-busje. En omdat het er allemaal hippies zijn, blijven de deuren van de kleurige houten huisjes gewoon open. Met een omheining maak je je al helemaal belachelijk, want er heerst een spontane buena onda (good vibrations).
Je kunt je wel inbeelden dat Carlos en ik er ons in onze nopjes voelden. Beetje zwemmen in zee, beetje wandelen in de duinen (welk seizoen was het ook alweer in België?), beetje onder de indruk wezen van de paringsdans van de zeewolven. Want ook al huilen ze als de eindredactie- en lay-outcollega’s die een dt-fout ontdekken (au-au-auuuuuuu), het zijn heus wel kolossen van beesten. Na zonsondergang – die ik toch liever met iemand anders aan mijn zij had aanschouwd, con permiso Carlito – is er vegetarisch lekkers (wat dacht je, daar tussen al die alternativo’s). En jamsessies, de ene al geschifter dan de andere, maar altijd in het o zo charmante Spaans gezongen.
Ook de Cabo Poloniaanse paarden zijn trouwens vol van love, peace and understanding, alleen moet je bij het passeren natuurlijk niet net op ‘den draad’ stappen waarmee ze zijn vastgemaakt. Carlos toch!
De sfeer in de truck terug enkele dagen later is er een van hangende schouders (en in mijn geval ook hangende oogleden, wegens niet meer genoeg tijd voor een koffietje). Bij de jonge Uruguayanen, die hun vakantie beëindigen, maar ook bij ons: als we hier ooit nog terugkeren zal het hetzelfde niet meer zijn. Nu al hebben dagjestoeristen het paradijsje onder de vuurtoren ontdekt en zelfs naar hippienormen zijn de overnachtingsprijzen al behoorlijk high.
Coati de neusbeer
‘Poor Niagara’, zo zou Eleanor Roosevelt uitgeroepen hebben toen ze de watervallen zag in Iguazú, onze volgende stop, in Noord-Argentinië. En ik bevestig: van de aanblik van de Cataratas del Iguazú wordt een mens toch even stil. Zo machtig, zo indrukwekkend, zo’n overweldigende natuurpracht.
In fel contrast overigens met het natuurpark zelf. Bij het overzetbootje ontbreekt alleen Lambik nog, ergens in een schommelstoel op de oever, om het helemaal op een overbevolkt Bellewaerde te doen lijken. Overal aangelegde wandelpaden, bij het kleinste watervalletje is het aanschuiven en van de jaguars die er zouden leven is al helemaal niet veel te zien. Of het moet de gemotoriseerde variant zijn, want jawel, midden in het ‘natuurpark’ staat, met zicht op de watervallen, een Sheratonhotel voor dikke toeristen met even dikke wagens. Af-grij-se-lijk.
Gelukkig maken de uiterst schattige coati’s (een soort miereneters of – jups – neusberen) veel goed. En geef mij nog een douche onder een watervalletje in de buurt en mijn dag kan al helemaal niet meer kapot.
De toeristische afzetterij beu beslissen we de dag erna op eigen houtje de brousse onveilig te maken. En kijk, na nauwelijks vijf minuten stappen maar goed verborgen voor de buitenwereld blijken indianen in uiterst armoedige omstandigheden te leven. De Guaraní leven van de natuur, het handjevol geld dat ze van de overheid krijgen en toerisme (af en toe een blanke zijn kop eraf, bij voorkeur zo’n afschrikwekkende met lange baard
.
Ongelukkig lijken ze niet, ze vertellen dat ze liever hier leven dan in de stad. Hun kinderen verklappen ons bovendien hoe we aan de rivier moeten geraken: door een nauwelijks zichtbaar gat in het struikgewas. En dat moet je ons natuurlijk geen twee keer tonen.
Kabouters versus waterratten
In het begin valt het al bij al nog mee. Gewapend met een stok om het ongedierte weg te jagen van het pad dat toch al een tijdje ongebruikt lijkt, gaat het al bij al aardig vooruit. Tot het ‘pad’ overschakelt op de modus ‘indiaan’ (toch gauw een kop kleiner) om even later over te gaan naar ‘hottentot’ (ik dacht óók dat die alleen in Afrika leefden). Ik verdenk er het regenwoud zelfs van kabouters te herbergen, want bepaalde stukken moesten we echt wel op handen en voeten afleggen.
Maar net als we denken dat die indio’s ons eens goed bij de neus(beer) hebben, verschijnt hij daar in al zijn glorie: de Iguazú, een van de rivieren die de bekende watervallen aandrijven. En na al dat gezweet in die tropische hitte is een frisse duik voor een waterrat als ik uiteraard onweerstaanbaar.
En zo komt het dat we een paar uur later in ons veel te kleine tentje kruipen onder de mangobomen (!) op de camping, moe maar met het gevoel heel even een echte ontdekkingsreiziger te zijn geweest.
Poll Scriptum: De toekomst zal uitwijzen wat het antwoord op de vorige poll is. Vlees heb ik alsnog niet gegeten, al kan ik intussen wel al eens om een dood beest lachen (deze foto is niet voor gevoelige kijkers).
De nieuwe poll gaat over levende dieren: ik heb een beet overgehouden aan mijn avonturen, aan jullie om te raden van welk ondier.
a) een Cabo Poloniaans hippiepaard
b) een al dan niet giftige slang
c) een al dan niet met knokkelkoorts besmette mug
d) een niet zo schattige coati die het op mijn koekje begrepen had
e) een zeewolf die dacht dat ik met mijn gehuil zijn vrouwtje aan het verleiden was
Breng uw gok uit door hieronder te reageren.
februari 3, 2008 at 7:44 pm
Haha! Zéker dat het de neusbeer was. Want zéker dat jij daar met al die Argentijnse steaks koekjes etend je dagen doorbrengt.
(Zeg, en pas toch maar op met die frisse duiken in de brousse. Hoe zit dat met die lieve, kleine piranha’s en zo?)
februari 3, 2008 at 8:19 pm
Misschien was’t optie f? -> De lurvevis? ( http://nl.wikipedia.org/wiki/Vandellia_cirrhosa )
februari 4, 2008 at 4:19 pm
Ik hoop voor jou dat het geen mug met knokkelkoorts was, anders weet je welke spreekkoren hier weerklinken: Knokkel-koorts, knokkel-koorts, knokkel-koorts, oe ah!
Mijn gok is de zeewolf. Per slot van rekening heb je met je gehuil al menig vrouwtjesdier verleid, dus dat beest had alle reden om jaloers te zijn. Je verdiende loon, Maarten!
februari 4, 2008 at 7:49 pm
een Cabo Poloniaans hippiepaard
de naam alleen al doet me vermoeden dat jullie achteraf goede vriendjes zijn geworden en het op een akkoordje hebben gesmeten….alle vegatariers voor hippie en alle hippie voor vegateriers (of zoiets)
een paard is toch vegetariër é?
februari 4, 2008 at 8:04 pm
Bezoeken jullie ook de Braziliaanse kant van Iguazú?
Ik gok op d.
Ik zie jou op een brugje staan genieten van de watervallen, koekje in de hand. En plots, woeps, koekje weggehapt door beertje coati.
februari 5, 2008 at 6:51 pm
Amai, prachtige avonturen. En wij zitten hier met de blaarmeersen en de Gavers opgescheept. Ik gok trouwens op Paeme zijn lurvevis, en als er prijzen te winnen zijn op de neusbeir!
februari 6, 2008 at 2:09 pm
Waw…Gringo in Zuid-Amerika!
Die beet kan natuurlijk nog van Don Carlos zijn…
maar ik zie je eerder, op handen en voeten kruipend door de brousse, roepen: “….AUW, SHIT, HELP .. een slang!!!”
februari 6, 2008 at 7:53 pm
het antwoord is F… een gefrusteerde vegie uit oarelbeke, in het land met de beste biefstukken ter wereld!
Gemakkelijk om zo maar je mamma op stang jagen, hoe durf je!
En waar moeten wie die beet plaatsen?
februari 7, 2008 at 4:08 pm
OOO, wat hoor ik daar Thomas, ik dacht dat Oarelbeke zukne wereldstad was? met zijn werelds natuurpark ‘De Gavers’.
Maarten dat beetje, ik wil het wel eerst eens zien hé!
februari 9, 2008 at 4:24 pm
voor uw beet heb ik een wonder middel, gebruik de aloude gekende methode “moederkeszalf”. Succes verzekerd.
februari 9, 2008 at 11:35 pm
Brousse, brousse, nikske brousse. Lang leve de vlakte! Hij heeft jullie hier allemaal liggen. Het enige juist en correcte antwoord is G! Maarten was daar een koekje aan het eten, temidden de vlakte en wie kwam hij daar tegen? Tuurke, druk bezig met beiren over die vlakte. Van ‘t verschiet beet Maarten naast z’n koekje een hap uit zijn vinger!
februari 12, 2008 at 10:42 pm
een vraagje voor een nieuwe quiz… wat is ‘moederszalf’?
ik zou het ‘bij allah begod’ niet weten… als het maar kan helpen..
februari 14, 2008 at 1:35 pm
Wat dat is?
Ik wil vooral nie weten waar dat vandaan komt, bende vetzakskes!
februari 19, 2008 at 11:18 am
Breaking news: Fidel Castro hangt zijn lier aan de wilgen.
Een vacature voor jou, Maarten?
februari 19, 2008 at 9:33 pm
D, lach met uw eigen meter (ze woont niet ver van de mijne). En Pieter, bedankt voor de tip, ik ben langzaam maar zeker onderweg richting Cuba, het land waar de spaghetti nog slechter is dan de Argentijnse pizza’s.