Roberto en Bertrand in Chili

By Maarten Byttebier

(Noord-Chili, half maart tot begin april)

Zo vlak voor je dertigste ontdekken dat er tegen alle verwachtingen in nog kicks blijken te bestaan waar je nooit van geproefd hebt, het schept extra perspectieven voor de volgende dertig jaar. De mountainbiketocht door de prachtige omgeving van het Argentijnse Mendoza vervult me met de normale adrenaline – al is ‘normaal’ relatief in het (voorlopig) indrukwekkendste land van dit continent. Het wildwaterraften daarna doe ik voor het eerst.

Het kan een waterrat als ik uiteraard alleen maar bekoren. Al krijg ik de grootste kick vooral als we het bergmeer binnenvaren in het totale donker, onder begeleiding van onheilspellend gedonder en verblindend gebliksem. We bereiken de oever net voor hagelstenen formaat duiveneieren meedogenloos op alles beginnen in te slaan.

De brie die niet mocht zijn

Ook de busrit via de Aconcagua, met zijn bijna 7000 meter de hoogste berg van de Amerika’s, naar de Chileense hoofdstad Santiago is er een om niet licht te vergeten. Uiteraard heb ik weer, zoals het een goede vegetariër in het land van lomo en asado betaamt, een rugzak vol fruit en kaas mee (ik heb voor het eerst brie gevonden!). Het moet minstens mijn vierde grensoversteek zijn en uiteraard ben ik het opnieuw vergeten. Dus sta ik vlak voor de douane weer maar alles binnen te schrokken als een hongerstaker die zijn overwinning viert. En deze keer valt er echt niets organisch binnen te smokkelen, want het is professioneel te doen, met zo’n maldito snuffelhond.


Sandboarden in San Pedro de Atacama, Chili.

Maar je hoort me niet klagen, want ik word in Santiago allerhartelijkst ontvangen. Door de illustere heer die onder het pseudoniem D. op deze site al eens een brug te ver durft gaan qua vunzige praat (je bent van het Harelbeekse Ooste of je bent het niet), maar ook door een joelende menigte van een paar duizend man. Het kost mij evenveel tijd om door te hebben wat er – hint hint – in godsnaam gaande is, als het hén tijd kost om te beseffen dat ík – mijn baard nog altijd geen millimeter geschoren – niet de Heer ben die waarlijk is opgestaan uit de doden.

Gelukkig laat Paeme zich op dat ogenblik de nu al legendarische uitspraak ontvallen: ‘Kijk, Jezus komt op!’ Waarop alle blikken zich in extase naar het podium keren, waar inderdaad iemand met lange baard en wit gewaad verschijnt. Iedereen verwacht de zoveelste preek op deze gigantische paasviering, maar in plaats daarvan begint een orkestje te spelen en begint de Jezus van dienst als een bezetene te… rappen! Geen betere start voor onze Chileense veertiendaagse vol onverwachte wendingen.

Padnietvinders

De tweede verrassing volgt de dag daarna al. Vanop de paasviering hebben we hoog op een berg pal in het centrum van Santiago een kitscherig Mariabeeld zien blinken. Over onze missie van vandaag bestaat geen twijfel. Bovengeraken blijkt geen enkel probleem, het uitzicht is prachtig, so far so good. De miserie begint als we het slimmeke willen spelen en een shortcut door het bos naar beneden nemen.

Uren sukkelen en tsjaffelen we in de modder, ik op mijn sandalen en Paeme op zijn ‘teensletsen’, we glijden de living binnen van een clochard die zich er geïnstalleerd heeft (en gelukkig niet thuis is), niemand niemand niemand komen we tegen. Tot we uiteindelijk verslagen weer omhoog klimmen om op de weg te komen – hoop en al honderd meter verder dan waar we die verlaten hadden. Je moet het maar kunnen, hopeloos verloren lopen in een park in het centrum van een wereldstad.


Dolce far niente, of in Harelbeekse en dus minder poëtische termen: ‘leegaarden’, ‘fakken’.

Afgezien daarvan blijkt Santiago, voor alle duidelijkheid, een verrassend aangename stad (i.e. met lekker ijs en goede koffie, als je even zoekt). Helemaal anders maar minstens even charmant is Valparaíso, een industriële havenstad met massa’s gekleurde huisjes die zich tegen de bergen aanschurken. Een ervan is een stulpje van de bekendste Chileense dichter ooit, Pablo Neruda (remember de film Il Postino?). Als volleerde ‘leegaards’ gaan we de heuvel op met een van de ascensores, oldtimertreintjes die even gammel zijn én even stijl omhoog gaan als de one and only Cyclone, de rollercoaster op Coney Island, NY.

Ons hotel in Valparaíso heeft trouwens een dakterras met schitterend uitzicht, alleen zijn de uitbaters zo vriendelijk dat om 23 uur al te sluiten, zodat we de stad nooit by night kunnen overschouwen (dit is nog de periode dat we ná 23 uur naar bed gaan).

Nessie

Volgende stop is La Serena, een badplaats waar D. erin slaagt voor de tweede keer een duik in de Pacific te rateren. Helemaal ongelijk kun je hem trouwens niet geven, als je deze foto ziet van mij (ik ben er natuurlijk als eerste in gesprongen).


Barba-doble-rossa.

De locals verzekerden me wel dat het veilig was om te zwemmen, maar ze hadden er toch beter bij verteld dat zij er níét ingingen vanwege het overvloedige rode zeewier.

Nog zo’n kick die ik voor het eerst in mijn alreeds 29-jarige leven mag beleven: wondermooi Saturnus van dichtbij aanschouwen (inclusief ringen!). De verhalen die we bij het astronomisch observatorium van Mamalluca te horen krijgen, spreken in alle opzichten tot de verbeelding. En dan heb ik het niet alleen over de verschillende mythes die volgens Grieken en Romeinen, Inca’s en Spanjaarden schuilgaan achter hetzelfde sterrenbeeld. De werkelijkheid van Amerikanen, Europeanen en Japanners die elkaar de loef afsteken met de grootste telescoop ter wereld (in Chili, jawel), overtreft met gemak de fictie.

De grootmachten kregen hele Chileense steden zo ver hun straatverlichting te switchen van felwit naar zachtoranje (de lichtpollutie, weet je wel) en maken die ene bergtunnel waar hun telescoop door moet telkens net breed genoeg. Waardoor de concurrentie een paar jaar later, met haar nog grotere lens, opnieuw aan het verbreden mag slaan.

Indianenverhalen

Even magisch als de onovertroffen Chileense sterrenhemel is San Pedro, een oasedorpje in de Atacama. Dit mag dan wel de droogste woestijn ter wereld zijn, je moet niet denken dat de overheid het nijpende energieprobleem oplost met zonnepanelen of pakweg de thermische energie van de geisers verderop. Vooroorlogse generatoren op diesel, daarmee moeten ze het hier doen.

En ook Belgen blijken er hun stempel van wanbeheer te hebben gedrukt. Het verhaal van pater Gustavo Le Paige, die er tot de jaren tachtig zijn gang zou hebben gegaan met de archeologische (goud)schatten van de indianen, verklaart de gemengde reacties als we vertellen dat we van België komen.


Hot hotter hottest.

Ondanks die problemen blijft San Pedro de Atacama iets mystieks uitstralen. Vanwege de vulkanen en warmwaterbronnen (als het warm genoeg is krijg je jeanoo D. natuurlijk wel in het sop), vanwege unieke landschappen als de Valle de la Luna en de Valle de la Muerte, maar toch vooral vanwege de alomtegenwoordigheid van de inheemse cultuur van de Atacameños.

Ik kan wel uren luisteren naar hoe Roberto, onze gastheer, uitlegt hoe belangrijk de oude wijzen zijn voor zijn volk, hoe dromen nooit bedrog zijn, welke wijsheden oude petrogliefen bevatten en welke rol levensnoodzakelijke gevoelens spelen in de indiaanse maatschappij. Al kost het D., die in de kamer naast ons de slaap probeert te vatten, dan wel een stuk van zijn nachtrust. Waarvoor bij deze mijn oprechte excuses.

Het hoogtepunt van de Chileense avonturen blijft echter uit tot de allerlaatste dag: een lange Skypesessie met (bijna) alle jonge Byttes. Ik was er – echt waar – bijna evenveel van aangedaan als die Hollander naast mij van de moonshot van Matthies in de webcam.

Poll Scriptum: Vergeet de lastminutepoll bij de vorige post niet (Suske en Wiske). Voor deze poll houden we het simpel. Wat is de naam van deze rotsformatie in de Valle de la Luna?

Reageer hieronder en stem voor:
a) de drie Maria’s
b) de drie indiaantjes
c) de drie Jezi
d) de drie lurven

6 Reacties naar “Roberto en Bertrand in Chili”

  1. Lieven zegt:

    Aha! Eindelijk nieuwe spannende avonturen van Kuifje in Zuid-Amerika! Zalige foto’s!

    Voor de poll gok ik op a) “de drie Maria’s”

  2. framull zegt:

    het zijn natuurlijk de drie maagdelijke maria’s… hoewel ik het reizen hoog in mijn vaandel draag… maar na enkele weken zonder lief, belgenland,… er zo afschuwelijk uitzien!

    gelukkig ben je mijn ‘toegekregen zoon’.

    frank

  3. bytte zegt:

    Wat een kiszakkerie hangt er daar in je haar zeg. Het ziet er naar uit dat het bezoek van jeannot Paeme een echte smeirzak van je gemaakt heeft. Ik gok natuurlijk op de drie lurven, hoewel ik er eerlijk gezegd eerder een op zijn rug liggende dode dino zonder staart in zie.

  4. merre zegt:

    De drie Maria’s is weer overdreven he, de lurven zijn logischer.

  5. I. Allende zegt:

    En wat voor beesten zijn Jezi?

  6. FARQ zegt:

    Ik denk dat het drie nonnen op een dode dino zijn.
    Ze zijn aan het smeken tot jezeke: laat diene gast in Bolivia terecht komen in een hotel met matrassen vol luizen die zich in gringobaarden nestelen. Dan moet die vuile troep er eindelijk af.

Reageer