(Sucre, Bolivia, april)
Bijna drie weken ben ik in Sucre, Bolivia blijven hangen. En ik zou er gerust een tijdje kunnen wonen. Het is te zeggen: ik héb er drie weken gewoond. Jaja, ik leefde in een huis, ging er werken in de week en – onlosmakelijk daarmee verbonden – mountainbiken in het weekend.
Verbazend hoe snel ik in mijn oude ritme herval. Al vanaf dag 2 ren ik met mijn gsm in de hand van het ene afspraakje naar het andere concertje, overal net op tijd komend (kwatongen zouden beweren: net te laat).

Op de markt van Tarabuco, een dorpje bij Sucre. Bolivia ten voeten uit.
Veel heb ik te danken aan de zonnen van mensen die de Bolivianen zijn (zoals ze dat hier zeggen). Niet het minst Josué en zijn gezin. Josué is de verzorger van een van de bekendste wielerploegen van het land. Volgens mij was hij gewoon nieuwsgierig naar wie die vreemdeling wel was die al twee dagen tevergeefs op zoek was naar een gids voor die moordende mountainbiketocht van 65 kilometer (we spreken over 3000 meter boven zeeniveau).
Hij komt me tegemoet op de plaza, we raken aan de babbel (fietsen, het schept een band) en nog diezelfde avond trek ik bij hem, zijn vrouw en zijn twee kinderen in. Waarom zou ik immers geld uitgeven aan een hotel als hij thuis een kamer vrij heeft, is zijn even simpele als gastvrije redenering. Wat Josué op dat moment nog niet weet (en ik evenmin), is dat ik daar drie weken later nog zal rondtsjolen.
‘Mi mamá me amo’
Hoewel tsjolen een zalig West-Vlaams woord is dat volgens mij niet genoeg gebruikt kan worden, moet ik toch toegeven dat het hier niet helemaal terecht staat. Er wordt namelijk niet alleen getsjoold in die weken (drie keer tsjolen in één blogpost, een mooi gemiddelde), er wordt ook gewerkt.
Als bij toeval leer ik in die eerste dagen Sucre twee projecten kennen, een met wezen en een met straatkinderen. Mensen die mij een beetje kennen, weten dat ik niet kan beslissen. Ik besluit dan maar om voor de twee te werken.

John en José-Luis van Hogar Sucre.
In de voormiddag werk ik in Hogar Sucre, een staatsweeshuis. Het is wel even slikken als je daar aankomt. Voor 46 kinderen van 4 tot 17 jaar zijn er welgeteld 3 opvoedsters. Op het moment dat ik aankom, is een van de drie dames met vakantie, dus ik kom als geroepen. Alles ligt er vuil en smerig bij, er is een timmeratelier maar er is geen hout, de slaapkamers van de kleinsten stinken naar pis.
Ik breek mijn hoofd over hoe ik de kinderen structureel kan helpen, ga onder meer een dag tevergeefs op zoek naar een muis die past zodat ze toch één pc van die stapel onbruikbare wrakken kunnen gebruiken. Maar ik moet er mij uiteindelijk bij neerleggen dat het al heel wat is als ik die kinderen wat kan helpen met hun huiswerk (de m: mi mamá me amo, kan het cynischer?) en vooral gewoon wat aandacht en affectie kan geven.
Want het zijn stuk voor stuk schatten van kinderen. Ongelooflijk eigenlijk gezien de miserie waarin ze leven. Ik vraag me af wat het ergste is: geen ouders hebben of – zoals bij sommigen – ouders hebben die niet voor je kunnen/willen zorgen. Talent zat ook in het weeshuis: creatieve timmerlui, begaafde musici. Maar deze gasten raken gewoon niet uit hun vicieuze cirkel…
Centro Educativo De Zoete Inval
Hoewel de schoenpoetsertjes die er in en uit lopen in een even uitzichtloze situatie verkeren, lijkt de sfeer in Centro Educativo Ñanta, waar ik ’s namiddags werk, een stuk opgewekter. Dankzij geld van de Europese Unie hebben ze een kleine oase van groen in het centrum van de stad kunnen kopen en het bulkt er van de Europese en Argentijnse vrijwilligers die er enthousiast workshops muziek, schilderen en koken geven.
In tegenstelling tot in het uiterst bureaucratische staatsweeshuis lopen kinderen en vrijwilligers hier binnen en buiten wanneer ze daar zelf zin in hebben. Ik heb het geluk dat ik er kan meewerken aan een magazine (een mens moet daarvoor een halfjaar tijdskrediet nemen, om te merken dat hij zijn job best wel graag doet) dat de kinderen zelf schrijven en later verkopen op straat. Véél later, zo blijkt de keerzijde van de hippiementaliteit die er heerst. Maar hé, dit is Bolivia.
En naar dat Bolivia moet ik dringend terugkeren met meer tijd. Ja, het is het land waar de kauwende oudjes stinken naar coca (zoals iemand het verwoordde) en cocaïne openlijk verkocht wordt midden in de gemeenschappelijke keuken van een jeugdhotel in hartje La Paz (zoals ik met mijn eigen ogen zag). Maar het is ook de thuisbasis van een heerlijke stad als Sucre.
Sucre kan de vergelijking met Gent best doorstaan. Nog geen 300.000 inwoners, bruisend van het jonge leven dankzij een universiteit en een laidback sfeertje waar iedereen zonder complexen zichzelf kan zijn – zelfs alcohol en vlees weigerend langbaardig werkwillig tuig dat beweert flamenco (zoals het dier, ja) te spreken.
De koloniale huizen met patio en barokke kerken in de ciudad blanca zijn overigens een lust voor het oog en als je ’s avonds de plaza overstruint, ken je gegarandeerd iemand. Die stelt je dan weer voor aan zijn bende vrienden en voor je het weet kun je de straat niet meer opkomen zonder om de vijf minuten je hand te moeten opsteken. Ik geef toe, ik overdrijf. Maar de laatste zaterdag was het toch maar moeilijk kiezen tussen uit eten met de familie, een terrasje met de vrienden of een tochtje met de mountainbikers.
Boliviaanse hardcore: ‘¡Sucre capital!’
’s Avonds wordt het sowieso een concertje. En hoewel ze hier doorgaans een jaar of dertig, veertig achterop zijn op muzikaal gebied (Led Zep, Metallica, of erger: tribute to Pink Floyd), kun je als je de juiste mensen kent wel een Boliviaanse hardcoregroep meepikken (Maldita Jaqueca ofte Verdomde Kater) of een lokale bluesband (La Chiva, een van de drie die het land rijk is). Altijd in het Spaans gezongen, natuurlijk met de hulp van een uitzinnig publiek.
Als je daar dan toch je gewone leventje leidt, in een stad die dan nog wat wegheeft van Gent, waarom moet je het dan per se zo ver gaan zoeken, hoor ik jullie al vragen. Wel, behalve het weer is ook het leven er totaal anders. Al merk je dat pas als je er een tijdje vertoeft. Zo blijkt zelfs een moderne stad als Sucre maar één supermarkt te tellen. Gastheer Josué en zijn vrouw Melina gaan er trouwens nauwelijks naartoe. De kleurige mercado central, waar de boeren hun verse waar komen verkopen, of de nog geschifter mercado campesino, een stuk buiten het centrum, zijn goedkoper.

Streetart. Er mag al eens gelachen worden met de president die zich bij zijn voornaam laat aanspreken.
En hoewel het gezin er helemaal niet arm uitziet, kunnen ze toch best op de kleintjes letten. Het ouderlijk huis is in tweeën gedeeld zodat ook de zus er kan leven met haar gezin. Grootvader, een Quechua-indiaan, woont in (en vertelt overigens machtige indianenverhalen). En de maaltijden zijn heel sober (’s avonds zelfs enkel thee). Ik dacht ze trouwens een dienst te bewijzen door een heerlijke Belgische bloemkool met kaassaus te prepareren, maar ik bleek als enige onder de indruk van mijn kookkunsten…
Het zijn noodzakelijke maatregelen. Melina verdient als halftime kleuterleidster 55 euro per maand. 15 euro gaat naar de school van Kevin, 10 naar Josy, een ander deel naar Melina’s bijscholing om later als secretaresse aan een fulltime te geraken.

La familia: Josué, Melina, Kevin en Josy.
En Josué? Die heeft werk als mountainbikegids. Als ze hem bellen tenminste. Voor een hongerloontje, zeker in vergelijking met wat toeristen voor zo’n rit betalen.
The bike side of life
Maar ik, ik moet dus niet betalen. Ik rijd elk weekend met Josué en zijn vrienden de beste parcours af die ze in hun jarenlange carrière ontdekt hebben. Kilometers ongerepte natuur zonder een levende ziel tegen te komen, lunchen bij de Quechua’s, ver van de bewoonde wereld. Het zijn de mooiste tochten die ik in mijn leven gemaakt heb.
Afzien op een mountainbike hoog in de ontzagwekkende Andes, dat is leven. Met dank aan die zonnen van Bolivianen.

Mountainbiken in de Andes: om zot te worden van de kicks.
Poll Scriptum: Jawel, Papa Noel ging net iets te dicht om die dynamietexplosie te filmen. En jawel, heel typisch begaf Papa Noel zijn batterij het amper enkele seconden voor het moment supreme. Een medereiziger heeft mij de YouTubelink beloofd als zijn volledige versie online staat (het is een Duitser, niet dat het ertoe doet).
De nieuwe poll? De onnozele houding op deze foto is niet zonder betekenis. Maar welke zou die betekenis dan wel kunnen zijn? Let op de details.



mei 29, 2008 at 11:32 pm
Ben je vier keer op je schouder gevallen tijdens het mountainbiken? Doe je een Flamenco achter? Hangt er wat beirsel in je baard? Geen idee, moeilijke poll hoor deze keer. Grappig is wel het eeuwige Maarten GSM pochetje!
Je maakt daar wat mee zeg. Het verbaast me niets dat iedereen op de markt van Sucre zijn hand naar je opsteekt. Je weet dan ook als geen ander de mensen te charmeren natuurlijk. Of het nu Bolivianen, Peruanen, Antwerpenaren of Flamenco’s zijn.
Ik kan trouwens geen kant meer uit of de mensen vragen me hoe het met je gaat. Zelfs op de Gentse bloemenmarkt word ik aangeklampt. Ik denk dat iedereen je hier serieus begint te missen. Maar we gunnen je natuurlijk wel deze “reis van je leven”.
Alweer een schitterende blog post trouwens. Ik ga je weblog missen als je terug bent. Maar dan heb ik er natuurlijk weer een broer bij, da’s ook wel sjiek!
mei 30, 2008 at 10:05 am
Ontroerend blogje.
Wat de poll betreft. Zonder twijfel: dat je vier keer op je schouder bent gevallen. Een puik staaltje mimespel!
juni 1, 2008 at 9:17 am
Inderdaad ontroerend!
En Thomas zal er wel niet ver naast zitten! 4 x op de schouder gevallen. De Herders zullen waarschijnlijk serieus onder de indruk zijn van je mountainbiketochten. En zij maar rondhossen in en rond Zwalm!
Ook vraagt iedereen me waar je nu ergens rondhangt en wanneer je terug thuis bent…
We zijn nu 1 juni… nog 14 dagen en de ‘Andesherder’ is weer thuis.
juni 3, 2008 at 3:49 am
Hela hela, er wordt niet gelachen met het eeuwige Maarten-gsm-pochetje! Temeer daar het geen gsm-pochetje is, maar mijn camera. Dus geen pochetje, geen prachtige foto’s op deze site voor jullie
Maar to the point: jullie zitten er allemaal naast. De houding wijst enkel op de ongelooflijke kou en de vier… Tja, die vier, wat zou dat kunnen zijn?
juni 4, 2008 at 11:57 am
Ha ja! Vier graden celsius?
juni 8, 2008 at 12:55 am
Hola Amigo… bon je ne sais pas lire le flamand,mais ca a láir tres bien ce site ! Si comme nous tu es super triste de rentrer bientot dans le nord, viens donc boire une bonne biere avec nous a lille ou dans les Flandres !
Alex (arrivee ajhui a Quito)
juni 17, 2008 at 5:27 pm
Wat mooi wat je schrijft over de Bolivianen…
Nu je veilig en wel in belgenland aangekomen bent, verlang ik tot morgen en wens ik je nog een heel pak reizen van je leven.
juli 3, 2008 at 12:23 pm
Vier graden? Nee gij, 4000 meter hoogte! Van Sucre (2800 m) 40 km geklommen naar de Maraguakrater. De weg terug ging sneller…