(Zuid-Argentinië en Zuid-Chili, half februari-half maart)
Waarom zou iemand met zijn lief naar het mythische Patagonië en het zo mogelijk nog mysterieuzer Vuurland (Ushuaia!) trekken? Om er in eenzame vlakten en onherbergzame bergen te verdwalen, er weer en vooral wind te trotseren misschien? In plaats daarvan komen Vicky en ik tussen half februari en half maart in een nooit geziene toeristische mallemolen terecht vol dure tours, ver weg van authentieke Argentijnen en Chilenen.
Ushuaia, de zuidelijkste stad ter wereld, telde begin jaren tachtig, toen onze taxichauffeur er arriveerde, hooguit 5000 zielen. Je moest er ’s winters dan ook metersdikke sneeuw wegscheppen voor je je eigen deur uit kon. Nu groeit de stad richting 80 000 inwoners, allen aangetrokken door de rijke toeristen, en wij wandelen er dagenlang rond in T-shirt. Mocht Al Gore het trieste tegendeel niet bewezen hebben, je zou zweren dat ze in Patagonië ook het weer aangepast hadden voor de toeristen.
Bespaar nooit op foto’s van pinguïns
Ook het centrum van andere steden in de omgeving is opgetrokken uit toeristische bureaus en hostels, winkeltjes met outdoormateriaal en souvenirs en – die vind je nu eenmaal overal in Argentinië – schoenwinkels. Maar wij trekken ons daar niet te veel van aan en vluchten naar een b&b in de rand, waar we toch een beetje tussen de locals leven, en haasten ons daarna met ons tentje de natuur in. Want die is namelijk wel zonder uitzondering adembenemend.
Het zicht op het buitenaardse berglandschap vanuit het vliegtuig naar Ushuaia, de drie bergtoppen die boven een gletsjermeer uittorenen in het Chileense natuurpark Torres del Paine (op mijn verjaardag!) of de metershoge ijsschotsen die met hels lawaai het water in donderen voor de kilometerslange Perito Morenogletsjer, het zijn beelden die zo ontroeren dat ik ze nooit meer vergeet.
Ook altijd extreem cool: beesten. Dat is vrij letterlijk te nemen in het geval van pinguïns. En niet zomaar een paar, nee, in Punta Arenas nemen we de boot naar een kolonie van liefst 150 000 stuks. Voor de close-ups moet je bij Vicky zijn, die na een uur op het eiland amper 30 meter ver is geraakt – al moet ze dan wel zowat 100 foto’s per meter hebben genomen. Voor de rest: zeeleeuwen, dolfijnen, lama’s, vossen, stinkdieren (!), buizerds, spechten, zwanen met zwarte nek en… de ontzagwekkende condor.
Honger is de beste saus
Maar tussen de gletsjers van de Andes valt meer te ontdekken dan meren in betoverende kleuren en zo mogelijk nog magischer zonsondergangen. Zo was ik wat blij dat het nordic walking zijn geheimen pas onthulde aan Vicky op de vierde dag Torres del Paine. Ze was er – nu ja – met geen stokken van te overtuigen ietsje trager te stappen.
Op het einde van die afmattende dag van 13 (dertien!) uur hiken wachtte ons trouwens nog een ontdekking. We arriveren op een plek waar voor het eerst in dagen een ‘restaurant’ is. Tussen aanhalingstekens weliswaar, want veel meer dan Mestdagh-eten valt er niet te scoren. (Voor wie er geen trauma heeft aan overgehouden: dat voedsel ontleent zijn naam aan de traiteur die de Harelbeekse stadsscholen bedient.) Wel, ik moet zeggen: nooit heeft een dagschotel me zo gesmaakt.
Hippiechill
Patagonië trekt niet alleen bergbeklimmers en natuurliefhebbers aan, in de jaren zeventig stichtten ook de hippies er een commune. Die chilly sfeer hangt nog altijd in El Bolson, waar we met volle teugen van onze laatste dagen genieten.
Op doorreis naar de Argentijnse hoofdstad bekroont een ‘zwemtje’ in het berekoude meer van Bariloche een fantastische reis door een fantastisch land, dat zich zonder enige moeite een plaatsje verovert bij Cuba en Nieuw-Zeeland in mijn persoonlijke top drie. In wereldstad Buenos Aires splitsen onze wegen. Ik moet naar Chili, dat ik met de heer D. Paeme verken, voor Vicky roept de plicht in N-GA-land. Snik.
Poll Scriptum: Maarten die een beetje artyfarty wil doen? Maarten die de technische grenzen van zijn camera verkent? Of schuilt er een heus verhaal achter deze foto uit Torres del Paine? Breng uw gok uit door hieronder te reageren.






